Paramichi pe Roti – Nevimos anda Hoboken

Een exclusieve reportage over de sluiting van het doortrekkersterrein in Antwerpen.

De stad Antwerpen negeert de veroordeling van de Raad van Europa en schrapt de enige 18 officiële, tijdelijke staanplaatsen voor rondtrekkende woonwagenbewoners in de provincie.

Rondtrekkende woonwagenbewoners op zoek naar vaste standplaatsen moesten het doortrekkersterrein van Hoboken in de afgelopen weken definitief verlaten.  De plek moet wijken voor de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein Blue Gate.  Met deze beslissing tekent het huidige stadsbestuur van Antwerpen het doodsvonnis over 18 standplaatsen waar woonwagenbewoners voorheen tijdelijk konden verblijven. Maar het doortrekkersterrein was de enige uitweg voor een aantal van deze Belgische Romgezinnen aangezien het vinden van een huis of appartement voor hen een zeer moeilijke, haast onmogelijke opdracht is. Bovendien houden zij als woonwagenbewoner graag vast aan hun eigen tradities en cultuur. Door de beslissing van de Stad Antwerpen zijn een aantal van onze Belgische woonwagengezinnen op de dool ten koste van hun schoolgaande kinderen.

 ‘We gaan naar het kamp in Gent’ vertelt de 9-jarige Brasilia, ‘daar is een school, geen echte school maar er is een mevrouw die met ons speelt, we gaan knutselen en alles doen. Ik ben blij en ook weer niet blij. Ik ga mijn vriendinnetjes in Antwerpen niet zoveel meer zien.’

We ontmoeten Brasilia vlak voordat haar de ouders hun woonwagen klaarstomen voor vertrek. Het meisje is verdrietig, ook al laat ze het absoluut niet merken, ze heeft immers heel veel herinneringen aan dit kamp en ze beseft dat ze het nooit meer zal terugzien.
Volgens Fons Duchateau, schepen van Sociale Zaken (N-VA) werden de bewoners reeds maanden geleden al op de hoogte gesteld dat er een einde zou komen aan het doortrekkersterrein.
Kim Janssens van het Minderhedenforum vertelt ons dat, hoewel die mensen inderdaad al langer wisten dat ze weg moesten uit Hoboken, zij nergens anders naartoe konden.  Dat geldt bijvoorbeeld voor Kalinka Modest, een Romvrouw, geboren en getogen op het vaste woonwagenterrein van Mortsel. Nadat zij in augustus 2014 door de burgemeester werd weggestuurd woonde ze een tijdje in een huis in Mortsel. Toen het huurcontract daar plots werd verbroken kwam ze afgelopen lente met haar gezin op straat te staan. Gelukkig kon deze doorgewinterde woonwagenbewoonster terugvallen op haar oude, vertrouwde levenswijze en woonvorm, namelijk de woonwagen.
In 2001 werd het wonen in een woonwagen als een volwaardige manier van wonen door de Vlaamse overheid opgenomen in de Vlaamse Wooncode, die het wettelijke kader geeft voor het wonen in Vlaanderen.  Woonwagenbewoners hebben bijgevolg officieel het recht om in een woonwagen te wonen.  Wonen in een woonwagen zou dus geen enkel probleem mogen zijn in België, tenminste als het tekort aan staanplaatsen niet zo groot zou zijn. In Vlaanderen is er een zeer grote nood aan standplaatsen. We komen zo’n 400 à 500 plaatsen tekort. Terwijl woonwagenbewoners tot voor kort nog 90 standplaatsen op 5 terreinen in Vlaanderen mochten benutten (Antwerpen, Kortrijk, Gent, Beersel, Asse,) verdwijnen nu met de sluiting in Antwerpen maar liefst 18 staanplaatsen.
In 2012 veroordeelde de Raad van Europa ons land omdat het tekortschiet in haar beleid voor woonwagenbewoners en daarmee het Europees sociaal handvest overtreedt. Op de website van de provincie Antwerpen staat geschreven: De overheid moet rekening houden met de specifieke situatie van de woonwagengezinnen, zodat ze optimaal kunnen leven in overeenstemming met hun tradities en culturele identiteit, in evenwicht met het algemeen belang. Overheden moeten daartoe de nodige juridische en praktische maatregelen nemen. Er moet voldoende aanbod zijn voor de specifieke woonvorm. 
Angel Otto (13) vertelt dat het niet gemakkelijk voor haar is om op school te geraken.  ‘Ik was net ingeschreven, en ik ben deze week al 2 keer te laat gekomen.  Haar mama Kalinka Modest:  ‘Normaal stond ik in Mortsel maar daar moest ik weg. ‘Ik heb drie kinderen, en die moeten allemaal naar school van de jeugdrechter. Maar elke keer moet ik terug wegrijden… hoe moet ik mijn kinderen naar school brengen? Moet ik dan aan de snelweg gaan staan? Of bij de school? een huis krijg ik niet van de stad. Ik ben al 6 maanden aan het zoeken!’
Om haar kinderen naar school te kunnen laten gaan bleef Kalinka afgelopen maanden met haar woonwagen op het tijdelijke doortrekkersterrein in Hoboken staan.   Bébé Demestres, een andere rondtrekkende woonwagenbewoner kon evenmin met zijn gezin ergens anders terecht.  Hij had gehoopt dat de Stad Antwerpen een oplossing zouden vinden voor zijn tijdelijke staanplaats.
‘Er moet toch een vervanging komen? Er was altijd een plaats voor ons in Antwerpen en nu niet meer? We moeten toch een plek hebben zodat we nog eens naar Antwerpen kunnen komen voor een paar weken om onze familie te kunnen komen bezoeken?’
Kim Janssens, stafmedewerker woonwagenbewoners van het minderhedenforum betreurt de situatie. ‘Wanneer ze moeten vertrekken van een staanplaats zien we dat deze kinderen voor een hele periode niet meer naar school gaan, waardoor ze een zeer groot leertekort ontwikkelen. Het is zeer problematisch bij een aantal van die gezinnen. Dit is heel jammer aangezien er in het verleden veel inspanning werden geleverd om die kinderen naar school te doen gaan.’  De organisatie ziet de middelen die Antwerpen in het verleden heeft geïnvesteerd in projecten om kinderen van woonwagenbewoners naar scholen toe te leiden nu onherroepelijk verloren gaan.
Fons Duchateau, schepen van Sociale Zaken (N-VA) zegt dat de Stad Antwerpen haar best heeft gedaan. ‘We hebben nog naar alternatieven voor het doortrekkersterrein gezocht maar jammer genoeg niet gevonden. Zeker in een stad als Antwerpen is openbare ruimte een zeer kostbaar goed. Wij zijn er inderdaad in geslaagd om meerdere kinderen een volledig schooljaar te laten afmaken. Verder hebben we ruim ons aandeel gedaan in het oplossen van maatschappelijke problemen en in sociaal engagement. Daarom kijk ik nu naar andere steden en gemeenten en doe ik een oproep om hun verantwoordelijkheid hier nu op te nemen.’
 Een reportage van Anneke Verschave.